De Wiegbrug (brug 173)



Baarsjesweg met de Kostverlorenvaart bij de Tolbrug, omstreeks 1890 *.
Links de overhaal om de boten naar stadspeil te trekken en linksachter café de Drie Baarsjes.



Zicht op de houten Tolbrug gezien vanaf De Baarsjes richting Lange Bleekerspad (de latere De Clerqstraat), 1900.



Zicht op de houten Tolbrug (nu Wiegbrug) gezien vanaf De Baarsjes richting Lange Bleekerspad, 1900.
Links op de foto gipsfabriek van Disselkoen & de Kok.

(Foto: Dienst Openbare Werken)

Onderzoek van Robert Proost (zie ook: Een naam voor een stadsdeel) heeft aangetoond dat deze Tolbrug in 1786/1787 gebouwd moet zijn.
Tot 1885, toen de gemeente Amsterdam een dubbele basculebrug bouwde voor de Tweede Hugo de Grootstraat, was de Tolbrug bij de Baarsjes de enige vaste oeververbinding tussen de Haarlemmerweg en de Dubbele Buurt (de Overtoomse Sluis).
De Tolbrug vormde een verbinding tussen het Lange Bleekerspad (nu de De Clerqstraat) van de gemeente Amsterdam en het buurtschap de Baarsjes van de gemeente Sloten.

In 1900 dienden de heren Anderheggen en Neumeyer bij de gemeente Amsterdam een plan in voor 'Den aanleg en de exploitatie eener elektrische tramlijn, deel uitmakende van eene verbinding van het centrum van Amsterdam met Haarlem en het Noordzeebad Zandvoort'.

De gemeente Amsterdam verleende beide heren op 22 maart 1900 de concessie voor dit plan, waarbij de voorwaarde onder mer werd gesteld dat de houten Tolbrug moest worden afgebroken en dat de gemeente op hun kosten een nieuwe brug over de Kostverloren Vaart zou bouwen.



De brug tijdens de montage, gezien vanuit de De Clerqstraat, 1904.

(Foto: Archief Robert Proost)



Opening van de Wiegbrug, 1904.

(Foto: Dhr. Peter Versteeg)



Wiegbrug (grootste klapbrug van Nederland) en de Clerqstraat ong. 1905.



Wiegbrug (met passerende Kikker) en de Clerqstraat ong. 1905.



Wiegbrug in 1917*. Gipsfabriek van Disselkoen & de Kok werd in 1929 afgebroken.



Wiegbrug met passerende trams, januari 1927*.

De Kikker
De allereerste wagens van de Elektrische Spoorweg Maatschappij (E.S.M. - later de N.Z.H.)) waren van het fabrikaat Métallurgique en hadden een donkergroene kleur. Hieraan en aan hun schommelende gang en de 2 grote koplampen dankten de wagens al gauw hun bijnaam 'De Kikker'.
Ook de latere wagens van Beynes, de hoge wagens, werden Kikkers genoemd. Ofschoon de wagens vanaf 1913 zilverkleurig waren en vanaf 1924 grijs/blauw, de naam bleef voor Amsterdammers 'De Kikker'.

De Budapester
In meer officiële bewoording werd de tram wel de 'Blauwe tram' genoemd, zeker geldt dit voor de schitterende trams van het fabrikaat Ganz uit Budapest, welke statige brede trams van 1924 op de tramlijn verschenen. Deze Budapesters gelden als de mooiste trams die ooit in Amsterdam gereden hebben.

Tramlijn 13
De Wiegbrug moest het in de eerste decennia stellen zonder bovenleiding. De techniek was nog niet zo ver gevorderd dat daarin bij een beweegbare brug kon worden voorzien. De brug moest derhalve met een vaartje worden genomen. Als de tram bleef steken moest hij door de volgende tram over de brug heen worden geduwd.
Eerst in 1927 werd een beweegbare bovenleiding aangebracht en op 3 november 1927 was er de openingsrit van de eerste Amsterdamse stadstram over de Wiegbrug, namelijk lijn 13, die zelfs tot op de dag van vandaag als vaste tram over de Wiegbrug rijdt.

Naar 16 meter breedte
Door het toenemende verkeer werd het noodzakelijk de brug te verbreden. In 1931 werd aan de firma Werkspoor de opdracht voor dit grote werk gegeven. De brug zelf was stevig genoeg en er werd aan beide zijden een voetpad van 2.5 meter aan de brug gemaakt. De rijweg werd van 8 meter naar 10.80 meter en de breedte tussen de leuningen van 11.68 naar 16 meter gebracht. Voor dit meerdere gewicht werd nog een extra 50 ton ballast ingebracht. De aandrijving bleek sterk genoeg en daar werd niets aan gewijzigd. Wel werd de aandrijving van de opzetinrichting gewijzigd van electrisch-hydraulisch in een electrische, d.m.v. een 220/380 Volt electromotor. Het houten bedieningshuisje en het houten bruwachtershuisje werden beide afgebroken. Hiervoor in de plaats kwam aan de zijde van de De Clerqstraat een prachtige stenen brugwachtershuisje met een houten dak, vormgegeven door de bekende architect Piet Kramer. een schitterend voorbeeld van de Amsterdamse School stijl.



Wiegbrug na de verbreding in 1931.



Wiegbrug met het brugwachterhuisje van Piet Kramer, september 1946.



Wiegbrug met Oranjehof, omstreeks 1948.

(Ingezonden door dhr. B. Klop)



Baarsjesweg ter hoogte van nr. 134. Wiegbrug met passerende tram, 1952.



12 augustus 1955.
E.S.M.-trams van het type 'Beynes' (De Kikker) en 'Budapester' (Ook wel Blauwe tram of Gouden Kalf genoemd) kruisen elkaar vlak voor de Wiegbrug.

(Foto: L.J.P. Albers, Abcoude)

Op de pagina http://www.historischarchiefdebaarsjes.nl/straten/wiegbrug.html staan een paar fouten in het onderschrift over passerende trams bij de Wiegbrug.

De tekst luidt:
E.S.M.-trams van het type 'Beynes' (De Kikker) en 'Budapester' (Ook wel Blauwe tram of Gouden Kalf genoemd)

Maar de luxe Beijnes trams (serie A/B 250) waren NIET de Kikker's (dat waren de Metallurgique's, A 01 t/m oorspronkelijk 34). Ik citeer van een andere pagina:
> De eerste E.S.M-trams waren bovendien groen van kleur. Amsterdammers spraken dan ook wel over de “Kikker”.

De Budapester's kwamen pas veel later (en waren wel blauw), ze zijn van de serie A/B 450 (A zijn de motorwagens, B de bijwagens, die bij de ESM/NZH trouwens een stuurstand hadden en dus voor- cq achterop liepen
(de motorwagen zat dus meestal in het midden van een 3-wagen tram). Maar deze waren niet het Gouden Kalf, dat was een (heel duur) verbouwde Beijnes motorwagen die tot 3 bijwagens moest kunnen trekken.
Hij kreeg later het nummer A259 (en is nog later door 1 van de Budapester motorwagens opgevolgd).
Er waren uiteindelijk trouwens 9 Budapester motorwagens en 16 bijwagens (dwz t/m de B466).
De in Haarlem bewaarde B412 heeft ook op Amsterdam - Zandvoort gereden, als de B464, daar heeft hij zijn stuurstand aan te danken.
Op de foto zijn de A 255 (dwz een luxe Beynes motorwagen) en de B460 (met motorwagen en andere bijwagen daarvoor) te zien.

Eef Hartman



Baarsjesweg ter hoogte van nr. 134. Wiegbrug met passerend schip, 1960.



Een tank (butaangasketel) van Shell die van NDSM naar Pernis voer kwam op 17 augustus 1966 zo'n 4 uur in de Wiegbrug klem te zitten.

(Foto: Dienst Openbare Werken Amsterdam)



Wiegbrug, vermoedelijk jaren 70 met het oude brugwachtershuisje*.

Lijn 14 en 12
Reed de laatste blauwe tram in 1957 over de Admiraal de Ruyterweg, werd het tramspoor opengebroken en de Admiraal de Ruyterweg een asfaltweg, in 1982 werden er plannen uitgevoerd voor een gemeentetram over de Admiraal de Ruyterweg. Het ging nog snel ook en op 20 september 1982 reed er een hele nieuwe tramlijn 14 over de Wiegbrug en werd het spoor van tramlijn 12 ook over de Wiegbrug verlegd. Vanaf die datum rijden er dus drie gemeentetrams, 12, 13 en 14 over de Wiegbrug.



Wiegbrug, vermoedelijk eind jaren 50.

Slagbomen
Door het toenemende verkeer werd er steeds meer druk uitgeoefend om de zware hekken, waarmee de brugwachters de brug voor het verkeer afsloten te vervangen door electrische bediende slagbomen. In 1979 was het zover en werd er toch een tijdperk van sterke persoonlijke betrokkenheid van de brugwachter met het publiek afgesloten.





Zr. Ms. ramschip Schorpioen kwam tijdens zijn reis van Den Helder naar Vlissingen op 23 juli 1982 zo'n 22 uur in de Wiegbrug klem te zitten.

(Foto's beschikbaar gesteld door Dhr. en Mw. Heus, Baarsjesweg)



Van 1988 t/m 1990 is de Wiegbrug afgebroken en werd er een nieuwe gebouwd.
Het nieuwe bedieningshuis is al te zien.



Het brugwachtershuisje van Piet Kramer dat in 1990 werd gesloopt.



Wiebrug met tram 12, 1990.

(Kleurenfoto's beschikbaar gesteld door Lenie Knispel)

Teksten uit: De Wiegbrug, uitgave Dienst Openbare Werken, Hoofdafdeling Waterbouw, oktober 1988.



Wiegbrug 23-01-2006.

(Foto: Ingrid Ferwerda)



Wiegbrug 2006.



(Foto: Ingrid Ferwerda d.d. 07-09-2004)

Boegbeeld De Baarsjes. Ontwerp: Leonie Mijnlieff.

Het kunstwerk slaat een brug naar de straatnamen van de Amsterdamse Baarsjes, zoals de Admiraal de Ruijterweg, Pieter van der Doesstraat en Witte de Withstraat. Deze zijn vernoemd naar de zeehelden die in de Nederlandse zeevaart een grote rol hebben gespeeld. De enorme schepen waarmee zij de wereld rondvoeren waren uitgedost met prachtige ornamenten en boegbeelden. Deze versieringen vormen het uitgangspunt voor het idee van Leonie Mijnlieff om bij de ingang van de Baarsjes, op het brugwachtershuisje van de Wiegbrug, dicht bij het water, een boegbeeld te maken.

Boegbeeld
Het Boegbeeld is een torso van een man. Hij speelt een spel met de voorbij trekkende lucht en het golvende water. Dankzij het reflecterende aluminium, zie je het water en de kleuren van de omgeving weerspiegeld in het beeld. De torso wordt op zijn beurt weerkaatst in het water. De man rijst op vanuit het water. Verlangend tuurt hij naar de lucht, waar de vrijheid lonkt. Anders dan de boegbeelden op de oude handelsschepen, trekt dit boegbeeld niet de wijde wereld in, maar laat het de wereld aan zich voorbij trekken. Op dit centrale punt in de Baarsjes komen schepen, dagjesmensen en de buurtbewoners samen.

(zie ook:
De Baarsjesweg)

* Foto: Historische Topografische Atlas, Gemeentelijke Archiefdienst Amsterdam


        

© Historisch Archief De Baarsjes